Het verschil tussen het kastlijntje, het koppelteken en het gedachtestreepje
In de typografie bestaan verschillende horizontale streepjes die elk een eigen functie en betekenis hebben. In het Nederlands worden deze tekens regelmatig met elkaar verward, vooral sinds teksten vaker digitaal worden opgesteld.
| Teken | Benaming | Unicode | Typische functie in het Nederlands | | - | Koppelteken (divisie) | U+002D | Woordkoppelingen en afbrekingen aan het regeleinde | | – | Half kastlijntje (en-dash) | U+2013 | Getallenreeksen, trajecten en ingevoegde bijzinnen met spaties | | — | Kastlijntje (em-dash) | U+2014 | Sterke gedachtesprong of dramatische pauze in de zin |
Het koppelteken is het kortste streepje op het toetsenbord. Het verbindt samengestelde woorden zoals noord-zuidverbinding of doe-het-zelfzaak. Het halve kastlijntje is iets langer en wordt in verzorgd Nederlands drukwerk gebruikt voor reeksen, zoals pagina 10 tot 15, of met spaties eromheen als gedachtestreepje om een tussenzin te markeren.
Het kastlijntje is het langste leesteken van de drie. In het Engels wordt het traditioneel zonder spaties gebruikt om een plotse wending aan te geven. In het traditionele Nederlandse zetsel werd het kastlijntje spaarzaam ingezet, omdat de visuele onderbreking vaak te zwaar oogt op de pagina. Op typemachines werd bij gebrek aan deze tekens vaak een dubbel koppelteken (--) getypt, wat in moderne software soms nog steeds opduikt.